Eén h1, en die zegt waar de pagina over gaat
De h1 is de titel van de pagina zelf. Er is er één per pagina en die staat bovenaan. Op je dienstenpagina over hypotheekadvies is dat gewoon "Hypotheekadvies", of "Hypotheekadvies in Zwolle" als je in je eigen regio gevonden wilt worden. Niet je kantoornaam en niet je slogan — die staan al in het logo en in de paginatitel.
Wat je vaak ziet: een homepage met drie h1's, omdat elke sectie een grote kop kreeg. Google leest dan drie hoofdonderwerpen en kiest er zelf één. Het omgekeerde komt ook voor — een pagina zonder h1, waarbij de eerste kop halverwege begint als h2. In allebei de gevallen moet de zoekmachine gokken waar je pagina over gaat. Dat gokwerk kost je posities.
De h1 zegt vaak ongeveer hetzelfde als je paginatitel in Google, maar het zijn twee losse velden. De paginatitel staat in het tabblad van de browser en in de zoekresultaten, de h1 staat op de pagina zelf. In de meeste websitepakketten vul je ze apart in, en in de praktijk blijft er dan één leeg. Bij een nieuwe pagina check je ze allebei.
H2's verdelen de pagina in onderwerpen
Onder de h1 hangen de h2's: één per onderwerp dat de pagina behandelt. Op een pagina over hypotheekadvies zijn dat bijvoorbeeld "Wat we voor je doen", "Voor starters", "Voor doorstromers" en "Wat het kost". Iemand die je pagina scant, leest alleen die koppen en weet daarna precies waar hij zit.
Een h3 gebruik je pas als zo'n h2 echt uiteenvalt. Onder "Voor starters" kan een h3 "Starterslening" staan en een andere "Schenking van je ouders". Springt de pagina van een h2 naar een h4, of staat er een h3 zonder h2 erboven, dan klopt de volgorde niet. Dat merken ook bezoekers met een schermlezer: die navigeren letterlijk van kop naar kop door je site.
Schrijf je koppen in de woorden van je klant. "Wat kost een hypotheekadviseur" doet meer werk dan "Tarieven", want dat is ook wat mensen intypen. AI-zoekmachines pakken diezelfde koppen op als ze een antwoord samenstellen — een kop die een vraag stelt, komt eerder terug in dat antwoord.
Hoeveel h2's een pagina nodig heeft, hangt af van wat er staat. Een contactpagina redt het met twee, een uitgebreide dienstenpagina heeft er zes of zeven. Wordt de tekst onder een kop langer dan een scherm, dan mist er waarschijnlijk een kop. Staan er drie h2's boven twee zinnen elk, dan hak je de pagina te fijn in stukken.
Vetgedrukte tekst is geen kop
In de meeste redactieschermen maak je een regel dik met Ctrl+B, en op het scherm ziet dat eruit als een kop. In de code blijft het een gewone alinea met een vetgedrukt stuk. Een zoekmachine ziet dan één lange lap tekst zonder indeling, en een schermlezer slaat de regel gewoon over bij het navigeren.
Andersom gebeurt het net zo goed: een kop die alleen gekozen is omdat de letter groter moest. Een citaat in h2 of een telefoonnummer in h3 vertelt Google dat dit een hoofdonderwerp van je pagina is. Voor de grootte gebruik je de opmaak van je thema, voor de indeling gebruik je de koppen. Twee verschillende dingen.
Een kwartier is genoeg om dit te controleren. Loop je vijf belangrijkste pagina's langs — je homepage, over ons, contact en je twee grootste diensten — en kijk per pagina naar drie dingen: staat er precies één h1, lopen de h2's op volgorde, en is er ergens vet gebruikt waar een kop hoort. Open de broncode met Ctrl+U en je ziet het meteen staan.
Bij een website van Contaqt zit die indeling er vanaf de eerste dag in: één h1 per pagina, koppen in de taal van je klanten en een opbouw waarin Google en je bezoekers hetzelfde verhaal lezen. Bekijk wat Contaqt Site voor je kantoor doet.
Samengevat
- Een webpagina heeft precies één h1, en die benoemt het onderwerp van die pagina.
- Onder de h1 gebruik je h2's voor de losse onderwerpen op de pagina, in de volgorde waarin je ze behandelt.
- Een h3 is alleen nodig als een h2 uiteenvalt in aparte onderdelen; niveaus overslaan levert een onlogische structuur op.
- Vetgedrukte tekst is opmaak en geen kop: zoekmachines en schermlezers herkennen er geen structuur in.
- Koppen in de woorden van je klant ("Wat kost een hypotheekadviseur") worden vaker opgepikt dan interne termen ("Tarieven").
- Je controleert de koppen van een pagina door de broncode te openen met Ctrl+U en te zoeken op h1 en h2.